Continue Glucose Monitors (CGM) in Duursport: Revolutionaire Brandstofmeter of Kostbare Hype?
Als coach ben je allicht bekend met Long-Term Athlete Development. Al meer dan twintig jaar vormt dit model de blauwdruk voor de inrichting van jeugdsport, talentherkenning en trainingsprogressie.
3LAB is een sportwetenschappelijk coachingbedrijf gespecialiseerd in triatlon en wielrennen. Onze expertise ligt in Inspanningsfysiologie · trainingsbelasting · metabole analyse · evidence-based coaching.
De opkomst van de ‘real-time’ glucosetracker
Wie de afgelopen jaren een startvak van een marathon, triatlon of wielerkoers heeft bekeken, kan er niet omheen: de witte sensor op de bovenarm van atleten. Wat begon als een medische revolutie voor mensen met diabetes, werd door commerciële partijen snel in de markt gezet als dé ultieme ‘brandstofmeter’ voor gezonde duursporters. De belofte klinkt aantrekkelijk: plaats een sensor op je arm, monitor je bloedsuiker real-time op je sporthorloge en je weet exact wanneer en hoeveel koolhydraten je moet eten om een hongerklop (’bonking’) te voorkomen.
Maar klopt deze aanname wel? Recente data laten zien dat de realiteit in het menselijk lichaam complexer is dan een simpel dashboard op een smartphone. In een recente, grootschalige review in het tijdschrift Performance Nutrition (2025) hebben onderzoekers Simon Helleputte, Tim Podlogar en Javier Gonzalez de fysiologische feiten en de huidige wetenschappelijke inzichten rondom CGM-gebruik bij gezonde elite-atleten kritisch tegen het licht gehouden. Tijd voor een fysiologische reality check.
De Onderzoeksmethode
De onderzoekers voerden een uitgebreide literatuurstudie uit waarin zij de wetten van de menselijke fysiologie confronteerden met de claims van CGM-aanbieders. Ze analyseerden studies naar de meetnauwkeurigheid van de sensoren, keken naar grootschalige datasets van glucoseprofielen bij actieve individuen en vergeleken in-ride CGM-data met daadwerkelijke prestatie-indicatoren bij topwielrensters en ultralopers. Hierbij werd specifiek gekeken naar zes domeinen: wedstrijd- en trainingsvoeding, het voorspellen van de hongerklop, reactieve hypoglycemie, monitoring van trainingsbelasting/herstel, slaapkwaliteit en voeding in het dagelijks leven.
Wat vertelt de data ons?
CGM meet geen spierglycogeen of koolhydraatflux: Dit is de grootste fysiologische misvatting. Een CGM meet de glucoseconcentratie in het interstitiële vocht (het vocht tussen de cellen), niet direct in het bloed. Belangrijker nog: het meet op geen enkele wijze de voorraad spierglycogeen. Aangezien spierglycogeen de absolute hoofdleverancier van energie is tijdens intensieve duursport, tast een CGM in het duister over je belangrijkste interne koolhydraatvoorraad.
De fysiologische tijdsvertraging (Time Lag): Er zit een natuurlijke vertraging van 5 tot 10 minuten tussen de glucosewaarde in het bloed en die in het interstitiële vocht. Tijdens rust is dit verwaarloosbaar, maar tijdens (hoogintensieve) inspanning en direct na een maaltijd — wanneer glucosewaarden snel schommelen — loopt de sensor achter de feiten aan. Bovendien daalt de nauwkeurigheid van de sensoren significant bij lage glucosewaarden (<4.0 mmol/L).
De glucosecontrole van het lichaam is performant: De menselijke lever is een meester in het constant houden van de bloedsuikerspiegel. Uit data van meer dan 12.000 gezonde individuen en profwielrenners blijkt dat het lichaam, ondanks loodzware trainingen en enorme koolhydraatinnames, meer dan 90% van de tijd strak binnen de gezonde normoglycemische bereik (3.9–7.8 mmol/L) blijft. Een stabiele ‘platte’ lijn betekent dus niet per se dat je perfect gefueld bent; het betekent simpelweg dat je lever zijn werk doet.
Geen causaal verband met de prestaties: Studies bij elite snelwandelaars, ultratrail-lopers en vrouwelijke WorldTour-wielrensters lieten geen enkele correlatie zien tussen de glucosewaarden (of de stabiliteit daarvan) op de CGM en de uiteindelijke wedstrijdprestatie of vermogenswaardes van die dag. Een zogenaamde ‘Peak Performance Glucose Zone’ is wetenschappelijk gezien een fabel.
Deze post is publiek. Deel ze gerust!
Duiding: Waarom een CGM je niet behoedt voor een ‘hongerklop’
Veel atleten hopen dat hun CGM gaat piepen vlak voordat ze ‘de man met de hamer’ tegenkomen. De fysiologie laat echter zien dat een hongerklop twee oorzaken kan hebben: een tekort aan leverglycogeen (wat leidt tot een lage bloedsuikerspiegel) óf een tekort aan spierglycogeen. Als je spierglycogeen leeg is, maar je lever functioneert nog prima, zal je CGM een normale glucosewaarde aangeven terwijl je fysiologisch gezien onder druk staat en spiervermoeidheid zal optreden. Als je bloedsuikerspiegel wél daalt door leveruitputting, signaleert de CGM dit vaak pas wanneer het al te laat is om het deficit nog te remediëren door koolhydraatinname.
Daarnaast worden schommelingen tijdens inspanning vaker gedreven door veranderingen in de trainingsintensiteit dan door de voeding. Een korte, maximale sprint activeert stresshormonen (catecholamines), waardoor de lever acuut veel glucose vrijmaakt. Je CGM schiet hierdoor omhoog naar hyperglycemische waarden (tot wel 10 mmol/L). Een onwetende atleet kan dit interpreteren als “ik zit vol energie”, terwijl de spierglycogeen voorraad juist razendsnel wordt leeg getrokken.
Praktische Tips voor Coaches en Atleten
Op basis van deze review kunnen we concrete richtlijnen opstellen:
Hanteer een proactieve in plaats van reactieve voedingsstrategie: Baseer je koolhydraatbehoefte tijdens wedstrijden en trainingen op gevestigde fysiologische richtlijnen (bijv. 60 tot 90+ gram koolhydraten per uur, afhankelijk van de duur en intensiteit), en niet op de real-time schommelingen op je CGM-scherm. Vertrouw op je vooraf geoefende voedingsplan (train the gut).
Gebruik CGM uitsluitend als leermiddel voor ‘Rebound Hypoglycemie’: Sommige atleten zijn gevoelig voor reactieve hypoglycemie. Wanneer zij 30 tot 60 minuten vóór de start koolhydraten eten, zorgt een hoge insulinepiek in combinatie met de start van de inspanning voor een acute dip in de bloedsuikerspiegel. Dit kan een slap, duizelig gevoel veroorzaken. Als je vermoedt hier gevoelig voor te zijn, kan een CGM dit fenomeen gedurende een testperiode blootleggen.
Optimaliseer de timing rondom de start: Blijkt uit de CGM-data dat je gevoelig bent voor deze startdip? Pas dan de pre-race strategie aan:
Eet de laatste koolhydraatrijke maaltijd 2 tot 4 uur vóór de start. De maaltijd bevat circa 2 à 4 gr koolhydraten per kg lichaamsgewicht (1 gr per uur voor de start is een goede richtlijn).
Vermijd koolhydraatinname in het venster van 90 tot 15 minuten vóór de start (tenzij je aan het opwarmen bent).
Neem een energiegel vlak voor het startschot (<5 minuten) of start pas met drinken/eten zodra de benen daadwerkelijk ronddraaien. Dit voorkomt de insulinepiek in rust en spaart de vetverbranding.
Voorkom onnodige ‘glucose-angst’ buiten het sporten: Maak je niet zenuwachtig over een flinke glucosepiek na je havermoutontbijt of herstelshake. Dit is een volkomen gezonde, fysiologische reactie. Het minimaliseren van deze pieken door koolhydraten te schrappen is schadelijk voor het herstel en de glycogeenaanvulling van een duuratleet.
Nachtelijke data? Pas op voor ‘Compression Lows’: Zie je in de nachtelijke CGM-grafieken plotselinge, diepe dalen in je glucosewaarde? Dit duidt zelden op overtraining of een calorietekort. Meestal ligt de atleet simpelweg op de sensor, waardoor mechanische compressie een foutieve, lage waarde doorgeeft. Lig hier dus niet wakker van.
De menselijke fysiologie laat zich niet vangen in een simpele bloedsuikersensor op de arm. Voor gezonde duursporters is een CGM geen noodzakelijke tool voor prestatieverbetering, maar hooguit een dure spiegel die laat zien hoe efficiënt het lichaam zelf al de suikerspiegel reguleert. Focus op beproefde voedingsplannen, train je darmstelsel en luister naar je lichaam.
Referenties
Helleputte, S., Podlogar, T., & Gonzalez, J. (2025). Application potential of continuous glucose monitoring (CGM) in elite endurance athletes without diabetes: What do physiology and current evidence tell us? Performance Nutrition, 1:13.
Over 3LAB
3LAB is een Belgisch sportwetenschappelijk coachingbedrijf gespecialiseerd in triatlon en wielrennen. Wij combineren inspanningsfysiologie, metabole analyse en evidence-based trainingsprincipes om atleten en coaches te ondersteunen in het maken van onderbouwde trainingsbeslissingen.
Reinout Van Schuylenbergh (PhD) is sportwetenschapper en gecertifieerd level 3 triatlon- en wielercoach. Hij heeft meer dan 30 jaar ervaring als duursporter en duursportcoach op professioneel en Olympisch niveau.
Hij is zaakvoerder van Triathloncoach.be en 3lab.be, gastdocent aan de KU Leuven, docent aan de Vlaamse Trainersschool, facilitator bij World Triathlon , adviseur bij INSCYD en auteur van blogs en sportwetenschappelijke artikels. Hij leeft op het ritme van de muziek en outdoor sporten.

