Fysiologisch profiel van de Tour De France winnaar
De Tour De France is een van de zwaarste en meest tot verbeelding sprekende wielerwedstrijd in het seizoen. Welk fysiologisch profiel wijst de weg naar succes?
3LAB is een sportwetenschappelijk coachingbedrijf gespecialiseerd in triatlon en wielrennen. Onze expertise ligt in Inspanningsfysiologie · trainingsbelasting · metabole analyse · evidence-based coaching.
Enkele jaren geleden werd de academische wereld opgeschud: een jonge, talentvolle wielrenner brak alle records in het laboratorium met een astronomische VO2max die ruim 10% hoger lag dan die van meervoudige Tour de France-winnaars. De verleiding was destijds groot om de jonge renner de wielergeschiedenis in te katapulteren als een nieuwe Eddy Merckx…. En hoewel de renner mooie resultaten boekte in de jeugdcategorieën (oa met een wereldtitel in het tijdrijden op de weg), heeft hij de verwachtingen niet kunnen inlossen bij de profs.
Het weerhield me niet van om zijn fysiologisch profiel van naderbij te bestuderen en naast deze van een meervoudig gronde rondewinnaar te plaatsen in een hypothetische ronde van Frankrijk. Ik heb de analyses gerapporteerd in een wetenschappelijk rapport en vat voor jou hier de belangrijkste bevindingen samen.
Computersimulaties tonen verrassende resultaten
Voor dit onderzoek werden de fysiologische data gecombineerd van twee gepubliceerde casestudies: één van een absolute wereldtop junior (een voormalig alpineskiër die de overstap maakte naar het wegwielrennen) en één van een meervoudig Tour de France-winnaar (gebaseerd op de data van Chris Froome).
Om te zien hoe deze renners tegen elkaar zouden presteren, gebruikte ik de gepubliceerde data om het metabool profiel, lactaatkinetiek en substraatverbruik te modelleren in een specifieke software (INSCYD). Vervolgens analyseerde ik de virtuele fysiologische respons van beide renners voor twee etappes uit de Tour de France van 2015:
Een vlakke, technische openingstijdrit van 13,8 km.
Een zware bergrit, opgedeeld in een vlakke aanloop (Section 1) en een loodzware buitenclatgorie (HC) slotklim (Section 2).
Via gevalideerde wiskundige modellen werd berekend hoeveel vermogen (Watt) beide renners moesten leveren bij een gelijke snelheid, en wat dit betekende voor hun substraatverbruik (koolhydraten en vetten) en lactaatkinetiek.
De Cijfers
Enkele fysiologische en antropometrische kenmerken staan samengevat in de onderstaande tabel:
Opvallend is het exceptionele aerobe vermogen (VO2max) van beide renners, waarbij de junior bijna 10% hoger scoort dan de prof renner.
De Belangrijkste Resultaten
Wanneer we de simulaties van de etappes bekijken, vallen drie zaken op:
1. De Tijdrit: Aerodynamica is koning
Bij een gelijke snelheid van 52,5 km/u (= de snelheid waarmee Froome destijds de TT afhaspelde) moet de junior 463 Watt trappen, terwijl de Tourwinnaar genoeg heeft aan 438 Watt. Omdat de junior groter en zwaarder is, vangt hij meer wind en dat telt door aan deze snelheden. Hoewel de junior dit vermogen bezit, verbruikt hij wel 20% meer koolhydraten en is zijn bloedlactaatwaarde 13% hoger. Echter zowel het substraatverbruik als de berekende lactaatconcentratie liggen binnen haalbare fysiologische limieten.
2. De Bergrit: Wet van de zwaartekracht
Op de steile slotklim (Section 2) worden de rollen echter omgedraaid. Om dezelfde klimsnelheid te handhaven als de Tourwinnaar, moet de junior door zijn extra 9,5 kg lichaamsgewicht maar liefst 432 Watt leveren tegenover de 372 Watt voor de Tourwinnaar. Dit vertaalt zich naar een relatief vermogen van 5,35 W/kg voor de junior versus 5,56 W/kg voor de Tourwinnaar. Terwijl de junior stilaan botst tegen de fysiologische limieten, heeft de Tourwinnaar nog marge en zou dus in het zicht van de finish de junior vlot moeten kunnen kloppen.
3. Optimalisatie is aan de orde
De hoge koolhydraatconsumptie is de achilleshiel van de junior. Door zijn hoge VLamax (maximaal glycolytisch vermogen) van 0,778 mmol/l/s springt zijn fysiologische systeem kwistig met de beperkte koolhydraatvoorraden om. Zelfs tijdens de rustige, vlakke aanloopfase waarin beide renners ongeveer evenveel vermogen ontwikkelen (~220W), verbruikt de junior 31% tot 36% méér koolhydraten dan de Tourwinnaar.
Het resultaat: Na één ‘milde’ bergrit heeft de junior al 83% tot 90% van zijn volledige interne glycogeenvoorraad opgesoupeerd, tegenover slechts 60% bij de elite prof.
VO2max zegt niet alles
Deze studie legt een fundamenteel trainingsprincipe bloot: fysiologische efficiëntie en metabole specificiteit wegen zwaarder dan één uitzonderlijke testwaarde.
De junior heeft weliswaar een zeer performant fysiologisch systeem, maar springt uiterst kwistig met de brandstof (koolhydraten) om. Zijn relatief lage efficiëntie (21,1%) betekent dat hij veel energie verliest onder de vorm van warmte. Combineer dat met een hoge VLamax en een zwaarder lichaamsgewicht, en je krijgt een atleet die fysiologisch gezien de topkwaliteiten heeft voor een vlakke tijdrit, maar in lastige bergetappes zijn meerdere zal moeten erkennen.
De Tourwinnaar daarentegen is een schoolvoorbeeld van een ‘economische klimmer’. Zijn lage VLamax (0,388 mmol/l/s) helpt zuinig om te springen met de koolhydraten. Hierdoor kan hij urenlang hard rijden op vetverbranding, waardoor hij zijn suikers spaart voor het moment dat het er écht toe doet: de beslissende tempoversnelling op de slotklim. Ik berekende dat in een rit met pakweg 3.500 hoogtemeters, de junior sowieso de ‘man met de hamer’ zou tegenkomen omdat de suikers opraken, ondanks zijn buitenaardse VO2max.
Praktische Tips voor Coaches en Atleten
Wat kunnen we als duursportcoaches en atleten leren van deze case studies?
Staar je niet blind op VO2max: Een hoge VO2max blijft fundamenteel in duursport, maar is niet de enige maat der dingen. Factoren zoals mechanische efficiëntie (GE), aerodynamica bepalen hoe effectief de metabole energie wordt omgezet in snelheid.
Optimaliseer je VLamax: Voor marathonlopers, triatleten en klassementsrenners is een lagere VLamax (< 0,4 mmol/l/s) wenselijk om koolhydraten te sparen. Dit train je door omvangrijke basistrainingen (Zone 2) en specifieke ‘low-glycogen’ of ‘sweet-spot’ trainingen.
Match het profiel met het doel: Ben je een atleet met een hoge VLamax? Focus je dan op kortere tijdritten, criteriums of klassiekers in plaats van zware Alpen-cyclos. Ben je fysiologisch efficiënt en licht? Dan ligt je potentieel in de bergen of ultra-events.
Voedingsstrategie is maatwerk: Atleten met een hoge VLamax verbruiken zélfs in de herstel- en vetverbrandingszones aanzienlijk meer koolhydraten dan hun collega’s met een lagere VLamax. Hun koolhydraatinname tijdens ritten moet agressiever worden benaderd (> 120 gram per uur) om uitputting te voorkomen/vertragen.
Referentie
Van Schuylenbergh R (2024) Can a world class junior cyclist beat a multiple
Tour de France winner? SPSR 226
Aanbevolen literatuur
Bell PG, Furber MJW, Van Someren KA, Ant´on-Solanas A, Swart J. (2017) The Physiological Profile of a Multiple Tour de France Winning Cyclist. Medicine & Science in Sports & Exercise 49(1):115–23.
Rønnestad BR, Hansen J, Stensløkken L, Joyner MJ, Lundby C. (2019) Case Studies in Physiology: Temporal changes in determinants of aerobic performance in individual going from alpine skier to world junior champion time trial cyclist. Journal of Applied Physiology. 127(2):306–11.
SandersD,HeijboerM. (2019) Physical demands and power profile of different stage types within a cycling grand tour. European Journal of Sport Science 19(6):736–44.
Over 3LAB
3LAB is een Belgisch sportwetenschappelijk coachingbedrijf gespecialiseerd in triatlon en wielrennen. Wij combineren inspanningsfysiologie, metabole analyse en evidence-based trainingsprincipes om atleten en coaches te ondersteunen in het maken van onderbouwde trainingsbeslissingen.
Reinout Van Schuylenbergh (PhD) is sportwetenschapper en gecertifieerd level 3 triatlon- en wielercoach. Hij heeft meer dan 30 jaar ervaring als duursporter en duursportcoach op professioneel en Olympisch niveau.
Hij is zaakvoerder van Triathloncoach.be en 3lab.be, gastdocent aan de KU Leuven, docent aan de Vlaamse Trainersschool, facilitator bij World Triathlon , adviseur bij INSCYD en auteur van blogs en sportwetenschappelijke artikels. Hij leeft op het ritme van de muziek en outdoor sporten.



