JC #13: Sportonderzoek - Top 3 van de maand oktober
Synthese van mijn top 3 wetenschappelijke artikels voor deze maand.
Enhanced Games vanuit Ethisch en Gezondheidsperspectief
De opkomst van de ‘Enhanced Games’ (TEG), een evenement dat het gebruik van prestatieverhogende middelen (PED’s) omarmt, zelfs die verboden zijn door WADA, werpt een scherp licht op de ethische en gezondheidsuitdagingen binnen de topsport.
De kern van de discussie is de verschuiving in de topsport waarbij sommige atleten piekprestaties boven hun langetermijngezondheid stellen. De Enhanced Games (TEG) positioneren zich als een ‘gewaagd experiment in transhumanisme’, met als doel de grenzen van het menselijke atletische potentieel te verleggen door het gecontroleerde en transparante gebruik van PED’s. Dit staat haaks op de principes van organisaties zoals het IOC en WADA.
Het IOC veroordeelt de enhanced games. “Verraad aan alles wat wij voor staan”. Meer duiding in het Sporza artikel.
Een recente studie, getiteld ‘Health and Performance Challenges in the Era of Human Enhancement: Insights from Sport Medicine Professionals’, peilde de mening van sportgeneeskundige professionals over hun rol in de zorg en ondersteuning van deze ‘enhanced athletes’.
Wat werd er onderzocht?
Het doel van de studie was om de perspectieven te verkennen van sportartsen, sportwetenschappers en fysiotherapeuten over het behandelen en ondersteunen van ‘enhanced athletes’. De onderzoekers hoopten met de resultaten toekomstige richtlijnen te kunnen informeren.
De methode bestond uit een kort, anoniem online onderzoek dat werd ingevuld door in totaal 323 zorgprofessionals. De meerderheid van de respondenten (82%) waren sportartsen, afkomstig uit 46 verschillende landen.
Wat waren de resultaten?
De resultaten legden een duidelijk standpunt bloot:
Een grote meerderheid van de zorgprofessionals gaf aan bereid te zijn om acute letsels (73%) en/of chronische ziekten (72%) bij ‘enhanced athletes’ te behandelen. Dit bevestigt de altruïstische ethische plicht om alle patiënten, ongeacht hun keuzes, te verzorgen.
Een aanzienlijke minderheid (30%) gaf aan bereid te zijn atleten te helpen bij hun ‘verbetering’ door middel van medicatie (zoals toegang, voorschrijven en dosering), mits er een veilig, legaal kader zou bestaan.
Er was een significant verschil in de bereidheid om acute aandoeningen te behandelen tussen medische professionals (MP’s, 77%) en prestatie- en revalidatie-experts (PRE’s, 58%). De bereidheid om chronische aandoeningen te behandelen was vergelijkbaar.
De bevinding dat bijna één op de drie sportgeneeskundige professionals open zou staan voor samenwerking met atleten op het gebied van hun ‘farmacologische training’, onder de voorwaarde van een veilig legaal kader, is op zijn minst opmerkelijk te noemen.
Welke positie moeten (?) we als coach innemen?
Binnen de georganiseerde sport, is het evident dat coaches handelen vanuit de ‘regels van het spel’, inclusief het respecteren van de dopingreglementering. Ik geef hieronder mijn persoonlijke visie.
Als coach is het mijns inziens deontologisch onacceptabel bij te dragen aan de TEG door bijvoorbeeld atleten voor te bereiden op deze TEG.
Als coach heb je een preventieve rol. Bijvoorbeeld door ouders en atleten te informeren over het effect van training, voeding en herstel op de prestaties. Het informeren over verboden middelen en methodes (doping) en de weg wijzen naar betrouwbare informatie behoort tot de taak van de coach.
Als coach heb je een antenne-functie. Dit wil zeggen dat verdachte gedragingen of berichten die zouden in verband kunnen gebracht worden met dopingpraktijken, moeten gemeld worden aan het nationaal anti-dopingagentschap. Dit kan trouwens volledig anoniem.
Meer informatie over WADA en de WADA code vindt u hier:
De Intensiteitschaos: Waarom we nieuwe, duidelijke Trainingstermen nodig hebben
De voordelen van fysieke activiteit voor de gezondheid en om de sportprestatie te verbeteren zijn onbetwistbaar. Toch blijft een cruciaal aspect van de trainingsvoorschriften een bron van verwarring, met name de beschrijving van de trainingsintensiteit. Een nieuw consensusdocument van het American College of Sports Medicine (ACSM) en Exercise and Sport Science Australia (ESSA) pakt dit probleem aan en stelt een nieuwe standaard voor.
De inconsistente terminologie voor trainingsintensiteit is de olifant in de kamer in de sportwetenschap. Het probleem is tweeledig:
Beperking van onderzoek en beleid: De onduidelijke en wisselende termen belemmeren zowel wetenschappelijk onderzoek als de effectieve toepassing van de aanbevelingen in de praktijk. De resultaten van individuele studies kunnen niet effectief worden samengevoegd (zoals in meta-analyses) zonder uniforme terminologie.
Verwarring bij de praktijk en het publiek: De onafhankelijke evolutie van de velden ‘fysieke activiteit voor de volksgezondheid’, ‘bewegingswetenschappen’ en ‘sportwetenschappen’ heeft geleid tot een lappendeken van termen. Dit creëert spraakverwarring bij wetenschappers, trainers en het publiek, waardoor het optimale voorschrijven van training om gezondheid en prestaties te verbeteren wordt belemmerd. Zo gebruiken verschillende organisaties uiteenlopende termen zoals light, moderate, vigorous, very light, near-maximal en high om bijna dezelfde intensiteiten te beschrijven.
Een internationale groep van vooraanstaande onderzoekers en professionals kwam ontwikkelden een gestandaardiseerde terminologie voor fysieke activiteit en trainingsintensiteit. De aanpak was drieledig:
Analyse van Inconsistenties: Eerst werden de bestaande, uiteenlopende termen die in verschillende velden werden gebruikt in kaart gebracht en vergeleken om de inconsistenties en het potentieel voor verwarring bloot te leggen.
Universele Toepasbaarheid: Het nieuwe kader moest toepasbaar zijn voor alle leeftijden, geslachten, fysieke capaciteiten, aandoeningen, toepassingen en activiteiten, inclusief zowel cardiorespiratoire als krachtoefeningen.
Nieuw Standaardkader: Voortbouwend op de bestaande literatuur werd een nieuw, eenduidig kader voorgesteld voor het beschrijven en voorschrijven van trainingsintensiteit.
De meest in het oog springende bevinding en het voorstel van de consensusgroep is een nieuw, eenduidig systeem bestaande uit vijf intensiteitsniveaus en vijf overeenkomstige subjectieve descriptors.
De 5 Intensiteitsniveaus:
De nieuwe standaardterminologie omvat vijf niveaus voor fysieke activiteit en training:
Very Low
Low
Moderate
High
Very High
De 5 Descriptoren voor de Ervaren Inspanning (RPE):
Om consistentie te garanderen, worden vijf eenduidige termen voorgesteld voor de ervaren inspanning (Perception of Effort), die aansluiten bij de intensiteitsniveaus:
Very easy
Easy
Somewhat hard
Hard
Very hard
De auteurs bevelen expliciet aan om bepaalde traditionele termen te vermijden, omdat ze tot verwarring leiden, vooral bij krachttraining:
Woorden als light, heavy, weak of strong moeten niet worden gebruikt om de intensiteit te beschrijven, omdat ze gemakkelijk kunnen worden opgevat als een beschrijving van de belasting (gewicht).
De populaire term vigorous wordt vervangen door High, omdat High linguïstisch beter aansluit bij Moderate en het de term ‘High-Intensity Interval Training’ (HIIT) duidelijker valideert.
De term supramaximal wordt als problematisch beschouwd en wordt afgeraden, aangezien maximaal al ‘de grootst mogelijke intensiteit’ betekent.
Een uniforme taal voor betere resultaten
De belangrijkste aanbeveling is de voorgestelde standaardterminologie op te nemen in het werkveld. De auteurs hopen dat dit zal leiden tot:
Verbeterde Trainingsvoorschriften: Het gebruik van uniforme termen maakt het voor zowel het publiek als atleten duidelijker hoe ze moeten trainen, wat zou moeten leiden tot betere gezondheids-, fitness- en prestatieresultaten.
Harmonisatie van de Wetenschap: Dit consensusdocument wordt gezien als een belangrijke “eerste stap” in het harmoniseren van de beschrijvingen van trainingsintensiteit in de volksgezondheid en bewegingswetenschappen.
Door een duidelijke, gemeenschappelijke taal te hanteren, kunnen we de training op een effectievere voorschrijven en opvolgen.
AI-revolutie in de Duursport?
Duursport — marathons, triatlons, wielrennen, traillopen — stelt hoge eisen aan het menselijk lichaam. Het optimaliseren van metabolisme, hydratatie, herstel en voeding is altijd een belangrijke onderzoeksvraag geweest in de sportwetenschap. Met de toename van realtime data uit wearables, slimme sensoren en trainingsapplicaties, staan coaches en atleten voor een nieuwe uitdaging: hoe vertaal je deze enorme hoeveelheid data naar écht gepersonaliseerde en effectieve acties?
Een recente narratieve review, getiteld ‘Artificial Intelligence in Endurance Sports: Metabolic, Recovery, and Nutritional Perspectives’, duikt in de manier waarop Artificiële Intelligentie (AI) en Machine Learning (ML) deze uitdaging aangaan.
Traditionele trainings- en voedingsplannen zijn vaak statisch. Ze houden geen rekening met de individuele en dynamische fysiologische variabiliteit van een atleet. In sporten waar kleine fysiologische veranderingen een belangrijk effect kunnen hebben op de prestatie en gezondheid, is er een dringende behoefte aan voorspellende en gepersonaliseerde interventies. Kan AI bijdragen om deze complexiteit te beheren, en inzichten te bieden die traditionele coaching overstijgen?
Dit onderzoek toont aan dat AI-systemen in staat zijn om multimodale data—fysiologische, omgevings- en gedragsdata—effectief te integreren om prestatieondersteuning te bieden.
Metabolisme: De combinatie van Continue Glucose Monitoring (CGM) en AI-algoritmen maakt precies koolhydraatbeheer mogelijk tijdens langdurige inspanning, wat zou kunnen leiden tot betere prestaties. AI-modellen kunnen nu al bijvoorbeeld de glycemische respons voorspellen. Deze data kan dan gebruikt worden om voedingsstrategieën op maat te maken.
Herstelvoorspelling: Machine Learning-modellen, die data van hartslagvariabiliteit (HRV), slaap, dieet en trainingsbelasting combineren, zijn in staat gebleken om het ervaren herstel en de dag-tot-dag HRV-verandering beter te voorspellen dan traditionele methoden.
Gepersonaliseerde Strategieën: AI-gestuurde modellen genereren baan- en terreinbewuste pacingplannen via simulatie-optimalisatie die beter presteren dan vaste-vermogen tactieken. Bovendien kunnen AI-gestuurde voedingsstrategieën, gebaseerd op het individuele metabolisme, de effectiviteit van voedingssupplementen verhogen.
Maar zijn we al zo ver?
Hoewel de belofte van AI aanzienlijk is, wijzen de onderzoekers ook op de fundamentele uitdagingen die nog moeten worden aangepakt:
Beperkte veralgemeenbaarheid: De meeste AI-modellen zijn getraind op homogene datasets (vaak elite, westerse, mannelijke atleten), wat de toepasbaarheid bij diverse atleten (vrouwen, ouderen, recreanten) beperkt.
Data Kwaliteit en Transparantie: Er zijn aanhoudende problemen met de validiteit en betrouwbaarheid van sensorgegevens en de algoritmische transparantie. Onbegrijpelijke “black-box” algoritmen kunnen het vertrouwen bij coaches en atleten ondermijnen.
Digitale Kloof: De hoge kosten van premium apparatuur en software creëren een digitale kloof, waardoor AI-voordelen mogelijk ongelijk verdeeld zijn.
Het is duidelijk dat AI niet meer weg te denken is in de coaching en de duursport. We staan aan het begin van een nieuw technologisch tijdperk. De toekomst ligt in een evenwichtige aanpak: technologische innovatie, ethische verantwoordelijkheid, bescherming van de persoonlijke gegevens en het garanderen van een billijke toegang voor alle atleten.
Nood aan extra ondersteuning in het lezen van wetenschappelijk artikels? Deze e-course inclusief e-boek is voor jou van goud-waarde:
Meer dan 425 begrippen uit de sportwetenschappen helder uitgelegd.
E-course ‘hoe lees ik een wetenschappelijk artikel?’
Gratis updates.
Een must-have e-course voor elke coach.
Referenties
Hu, K., Schneider, C., Hutchinson, M.R. et al. Health and Performance Challenges in the Era of Human Enhancement: Insights from Sport Medicine Professionals. Sports Med 55, 2627–2640 (2025). https://doi.org/10.1007/s40279-025-02258-7
Bishop D.J. , B. Beck, S.J.H. Biddle, et al., Physical Activity and Exercise Intensity Terminology: A Joint American College of
Sports Medicine (ACSM) Expert Statement and..., Journal of Science and Medicine in Sport, https://doi.org/10.1016/j.jsams.2024.11.004
Grivas, G.V.; Safari, K. Artificial Intelligence in Endurance
Sports: Metabolic, Recovery, and Nutritional Perspectives. Nutrients
2025, 17, 3209. https://doi.org/10.3390/nu17203209
Reinout Van Schuylenbergh (PhD) is sportwetenschapper en gecertifieerd level 3 triatlon- en wielercoach. Hij heeft meer dan 30 jaar ervaring als duursporter en duursportcoach op professioneel en Olympisch niveau.
Hij is zaakvoerder van Triathloncoach.be en 3lab.be, gastdocent aan de KU Leuven, docent aan de Vlaamse Trainersschool, facilitator bij World Triathlon en auteur van blogs en sportwetenschappelijke artikels. Hij leeft op het ritme van de muziek en outdoor sporten.



