Science Friday - 06.03.2026
Jouw wekelijkse update over sportwetenschappen en coaching.
3LAB is een sportwetenschappelijk coachingbedrijf gespecialiseerd in triatlon en wielrennen. Onze expertise ligt in inspanningsfysiologie · trainingsbelasting · metabole analyse · evidence-based coaching.
Deze week brengen we deze onderwerpen onder de aandacht:
De Norseman Xtreme Triathlon.
Validiteit van INSCYD Performance software.
Krachttraining voor wielrenners.
The Norseman Xtreme Triathlon
De Norseman Xtreme Triathlon in Noorwegen wordt beschouwd als een van de zwaarste triatlons ter wereld. Hoewel de afstanden gelijk zijn aan die van een traditionele IRONMAN® (3,8 km zwemmen, 180 km fietsen en 42,2 km hardlopen), maken de extreme omstandigheden het evenement uniek en extra zwaar: een start vanaf een veerboot in ijskoud water (<15°C), 5200 hoogtemeters en een finish op de top van de Gaustatoppen (1883 m), waar het doorgaans regenachtig en koud is (2°C). De deelnemers dienen te voorzien in hun eigen bevoorrading en persoonlijke assistentie. Deze wedstrijd vereist dus een doorgedreven voorbereiding op vlak van training en logistiek. Biedt de wetenschap antwoorden op deze uitdagingen?
Literatuurstudie
Knechtle en collega's voerden een review uit op basis van 16 wetenschappelijke publicaties die specifiek over de Norseman Xtreme Triathlon gaan. De focus lag op prestaties, fysiologische reacties en gezondheidsrisico's.
Belangrijkste Resultaten
Prestaties & deelname Het aantal finishers — zowel mannen als vrouwen — is over de jaren gestegen. De man-vrouwverhouding daalt gestaag. Noren domineren zowel de deelnamecijfers als de podiumplaatsen, vermoedelijk dankzij hun acclimatisatie aan de koude omstandigheden. Het fietsonderdeel is de meest voorspellende discipline voor de eindtijd.
Fysiologische stress Na de race vertonen de atleten sterk verhoogde waarden voor merkers van spierschade, ontsteking en cardiale stress. Deze parameters normaliseren zich binnen enkele uren tot dagen.
Longproblemen Bijna de helft van de geteste atleten (46%) vertoonde na de race tekenen van exercise-induced bronchoconstriction (EIB). Twee derde had tekenen van exercise-induced arterial hypoxemia (EIAH). Drie gevallen van swimming-induced pulmonary edema (SIPE) werden gerapporteerd — een potentieel levensgevaarlijke complicatie.
Thermoregulatie Zwemmen in water van 13–16°C verhoogt sterk het risico op hypothermie, zelfs met wetsuit en extra neopreen uitrusting (caps). Atleten met een laag vetpercentage en lange zwemtijden zijn het meest kwetsbaar voor onderkoeling. Extrapolaties tonen dat bij zwemtijden boven 135 minuten in 10°C water, bijna de helft van atleten een kerntemperatuurval van meer dan 2°C zou ervaren; wat ernstige complicaties met zich meebrengt.
Blessures Overbelastingsletsels zijn veruit het meest voorkomend (56% prevalentie), met de knie, het scheenbeen en de lage rug als risico locaties. Acute letsels zijn eerder zeldzaam.
Wat betekent dit voor de coach?
1. Koud water — train erin. Graduele blootstelling aan koud water vermindert de koudeshockreactie (hyperventilatie, paniek). Plan voldoende koude open waterzwemtrainingen in de aanloop naar de race. Oefen de ademhaling tijdens deze koude blootstelling (rustig ademhalingsritme). Oefen dit steeds onder supervisie.
2. Specifieke fietstraining op hoogte en stijging. Het fietsonderdeel bepaalt sterk de eindtijd. Trainingsblokken op een bergachtig terrein zijn essentieel — als conditionele voorbereiding en om de specifieke vaardigheden bij het klimmen en dalen te oefenen.
3. Surveillance tijdens het zwemonderdeel en direct erna. SIPE kan laat optreden — zelfs in de eerste kilometers van de fietsrit. Coaches en supportcrew moeten de symptomen herkennen - kortademigheid, roze sputum, druk op de borst en zo nodig medische hulp inroepen.
4. Ondersteuningscrew = levensader. Er zijn geen officiële voedingsposten op het fietsparcours. De crew moet proactief en goed gecoördineerd zijn, met warme dranken, kledingwissels en reserve-onderdelen. Maak hiervoor vooraf een uitgewerkt plan.
5. Herstel inplannen. CK en andere merkers zijn dag na de race hoger dan na de finish. Reken op minimaal een week (actief) herstel vooraleer deze markers genormaliseerd zijn en de training progressief kan hervat worden.
6. Longscreening bij risicoatleten. Atleten met astma, bronchiale hyperreactiviteit of eerdere hypoxemische episodes verdienen een gerichte evaluatie vóór deelname.
Synthese
De Norseman Xtri is een extreme lange afstandstriatlon. En dit vergt een uitgekiende voorbereiding op vlak van training, voeding, logistieke omkadering en post-race herstel.
Validiteit van INSCYD performance software
Nieuw validiteitsonderzoek toont aan dat vermogensdata volstaat voor een accurate VO2max-berekening.
De onderzoeksvraag
VO2max geldt als dé gouden standaard voor het aerobe vermogen en is een sterke voorspeller van prestaties bij duursporters — maar ook van de gezondheid en de levensverwachting in de algemene bevolking. Accurate VO2max meting vereist echter dure ergospirometrie-apparatuur, getraind personeel en een gecontroleerde laboratoriumomgeving. De toegang tot nauwkeurige VO2max metingen wordt hierdoor beperkt.
Bestaande statistische modellen (bijv. op basis van een 5-minuten maximaaltest) correleren redelijk goed met de gemeten VO2max, maar de individuele fout kan oplopen tot 10 ml·min⁻¹·kg⁻¹ — meer dan de verwachte winst na een volledig trainingsblok van 7–12 weken bijvoorbeeld. De verklaring? Dergelijke statistische modellen houden geen rekening met de individuele verschillen in de anaerobe energiebijdrage. Iemand met een hoge VLamax (maximaal glycolytisch vermogen) zal in een 3- of 5-minutentest relatief meer energie uit het anaerobe metabolisme halen, wat de VO2max overschat als je daarvoor niet corrigeert.
Dat is precies de insteek van INSCYD: een mechanistisch model dat wél rekening houdt met VLamax.
Lees hier meer over VLamax:
VLamax - op zoek naar wetenschappelijke standaarden
vLamax: de vergeten schakel tussen uithouding en explosiviteit
Hoe werd het onderzocht?
Elf getrainde mannelijke fietsers voerden drie laboratoriumsessies af over twee weken. Elke sessie combineerde een isokinetische sprinttest van 20 seconden (om de VLamax te berekenen) met maximale tijdritten van 3 en 6 minuten, aangevuld met een ramptest met simultane ademhalingsgasanalyse (ergospirometrie — de gouden standaard).
INSCYD-software gebruikte de vermogensgegevens van de sprinttest en de tijdritten (1Hz) — samen met lichaamsgewicht en hetvetpercentage — om de VO2max te berekenen. Die berekende waarde werd vervolgens vergeleken met de gemeten VO2max.
Drie verschillende sprintprotocollen werden getest om na te gaan of de instellingen op de fietsergometer een invloed hadden op de accuraatheid van de VLamax- en VO2max-berekeningen.
Enthousiast over deze Substack?
Deel het met geïnteresseerden en win extra maanden abonnement.
Wat zijn de resultaten?



