VLamax - op zoek naar wetenschappelijke standaarden
In tegenstelling tot VO₂max, dat al meer dan 100 jaar voorwerp van onderzoek uitmaakt, is vLamax een relatief nieuw concept in de inspanningsfysiologie.
vLamax: de vergeten schakel tussen uithouding en explosiviteit
Inzicht in de energie leverende processen tijdens inspanning is cruciaal om sportprestaties te begrijpen en te optimaliseren. Waar coaches en sportwetenschappers al decennialang focussen op het maximale zuurstofverbruik (VO₂max) als maat voor het aerobe vermogen, komt er steeds meer aandacht voor het anaerobe metabolisme: het maximaal glycolytisch vermogen, of vLamax.
Deze parameter beschrijft hoe krachtig het glycolytisch energiesysteem werkt. Glycolyse betreft het proces waarbij koolhydraten (glucose of glycogeen) wordt omgezet tot lactaat. Glycolyse kan heel wat energie op korte tijd vrijmaken en is bijgevolg van belang bij korte, intense inspanningen. Quittmann (2025) bundelde zestig wetenschappelijke publicaties op zoek naar de stand van zaken in de academisch kennis rond vLamax.
Wat is vLamax eigenlijk?
vLamax staat voor de maximale snelheid waarmee lactaat in de spieren wordt geproduceerd. Echter; in de praktijk is dit zeer moeilijk te meten en hanteert men de maximale lactaatopstapeling tijdens een korte, maximale inspanning als benadering voor het glycolytisch vermogen. Om deze reden hanteert Quittmann de afkorting ċLamax, waarbij de c verwijst naar lactaatconcentraties (in plaats van lactaatproductie). In deze blog, gaan we niet verder in op de academische discussie welke afkorting het meest gepast is om het maximaal glycolytisch vermogen aan te duiden. Het is duidelijk dat hierover nog geen wetenschappelijke consensus is gevormd. We zullen de afkorting vLamax hanteren, omdat deze in het coachmilieu het beste gekend is.
Lactaat is niet, zoals vroeger gedacht, een afvalproduct dat vermoeidheid veroorzaakt, maar een energie-drager en signaalstof die cruciaal is voor de koppeling tussen het anaerobe en aerobe metabolisme.
Een hoge vLamax betekent:
groot anaeroob vermogen (hoge energieproductie in korte tijd mogelijk vanuit glycolyse);
maar ook een lager vermogen aan metabole steady state.
Een lage vLamax betekent:
hoger vermogen aan metabole steady state,
maar beperkt anaeroob vermogen.
Dit betekent concreet dat in functie van de sportdiscipline vLamax dient geoptimaliseerd (en dus niet noodzakelijk gemaximaliseerd) te worden. Op basis van literatuurgegevens en persoonlijke observaties, vindt u hieronder enkele richtcijfers.
Hoe wordt vLamax gemeten?
In de wetenschappelijke literatuur wordt de volgende standaardprocedure omvat:
10-tal minuten warming up à circa 1.5 W/kg aangevuld met een korte sprint (6 sec)
2-tal minuten passief herstel
2 à 3 pre-test lactaatmetingen op capillair bloed (oorlel)
een 10–15 seconden all-out sprinttest (op de fiets, loopband of in de sportdiscipline zelf);
gevolgd door bloedafnames om de minuut gedurende 10 minuten (of tot de hoogste waarde werd waargenomen) om de lactaatpiek te bepalen.
VLamax wordt vervolgens berekend op basis van het verschil tussen de lactaatwaarde vóór en na de inspanning, gecorrigeerd voor de bijdrage van het fosfageensysteem (ATP-PCr), volgens onderstaande formule:
Belangrijk: de test moet sport-specifiek zijn, met een korte, maximale inspanning zonder pacing. De betrouwbaarheid is hoog, op voorwaarde dat de bloedname, testduur en analyse (lab-graded lactate analyzer) consequent worden uitgevoerd.
Er zijn in de praktijk nog andere manieren gangbaar om de vLamax te bepalen, via wiskundige modellering. Hierbij worden submaximale inspanningen geanalyseerd en de aerobe en anaerobe energiebijdrage van bepaald. Op basis daarvan wordt VO₂max en vLamax berekend. Het voordeel van dergelijke werkwijze is dat een aantal pijnpunten in de vLamax bepaling vanuit springtests wegvallen (oa Talac, sprintduur, …).
Waarom is vLamax relevant voor coaches?
Met VO₂max meten we het uithoudingsvermogen. Met vLamax meten we het glycolytische vermogen. Samen voorspellen ze hoe snel een atleet lactaat produceert én verwerkt (zie figuur). VLamax is de ontbrekende (en verklarende) schakel tussen het aerobe vermogen (VO₂max) en de maximale lactaat steady state (MLSS).
Bijvoorbeeld:
Een triatleet of roeier heeft baat bij een lagere vLamax → minder lactaatopbouw, hoger MLSS tempo.
Een sprinter of kajakker wil een hogere vLamax → meer explosief vermogen.
Coaches kunnen zo trainingsinterventies beter sturen:
Sprint interval training (SIT) en krachttraining verhogen vLamax.
Lage-intensiteitstraining (LIT) en duurvolumes verlagen vLamax.
Zo kan men het metabool profiel individualiseren: niet enkel “meer trainen”, maar “gericht trainen” op het juiste energiesysteem.
Er zijn vandaag nog niet veel wetenschappelijke studies die het effect van training op vLamax hebben bestudeerd. We beroepen ons vooral op coach-ervaring. Wetenschappelijk onderzoek is noodzakelijk om het inzicht in de relatie tussen training en veranderingen in vLamax te verdiepen.
Wat zegt de wetenschap over betrouwbaarheid en toepassing?
De review toont dat vLamax:
hoog reproduceerbaar is in goed gestandaardiseerde tests (ICC > 0.85);
sport-specifiek kan worden toegepast (fiets, zwemmen, roeien, kajak…);
gerelateerd is aan sprintprestaties en spierkracht;
maar minder geschikt blijkt om prestaties >1 minuut te voorspellen zonder combinatie met VO₂max.
De huidige beperkingen en hiaten in het wetenschappelijk onderzoek:
weinig onderzoek bij vrouwelijke atleten (slechts 25% van de studies);
inconsistentie in terminologie (ċLamax, vLamax, dLa/dtmax…);
nood aan koppeling met spiervezeltypes en enzymactiviteit.
bepalen van de gouden standaard meetmethode
Wat betekent dit concreet voor jouw praktijk?
1. Denk in energiebijdrage vanuit de verschillende energiesystemen, niet in één energiesysteem.
Combineer VO₂max, MLSS en vLamax om te begrijpen welk energiesysteem domineert bij jouw atleet.
2. Gebruik vLamax als richtlijn voor trainingsfocus.
Te hoge vLamax? Meer duurtraining, minder sprints.
Te lage vLamax? Voeg korte, maximale sprints of krachttraining toe.
3. Herhaal de test 2–6 keer per jaar.
Zo zie je hoe trainingsaccenten metabool effect hebben.
4. Pas op met interpretatie bij jeugd of teamsport.
Gebruik de test als trend-indicator, niet als absolute voorspeller van prestatie.
De toekomst van vLamax
VLamax staat nog maar aan het begin van zijn wetenschappelijke volwassenheid. Toch is het — mits correct toegepast — een waardevolle aanvulling in de toolbox van coaches die metabolische profilering serieus nemen.
Zoals Quittmann besluit: “vLamax biedt een extra lens om de complexiteit van menselijke prestaties te begrijpen. Maar net als bij VO₂max, is consistentie in meting en interpretatie cruciaal.”
Voor de coach
📏 Testduur: 10–15 s all-out (of via mathematische benaderingen)
💉 Bloedname: elke minuut tot 10 min post-exercise
🔁 Betrouwbaarheid: hoog (ICC > 0.85)
⚙️ Trainingsinvloed:
↑ vLamax → SIT, krachttraining
↓ vLamax → duur, LIT
👩🔬 Nog nodig: meer data bij vrouwen, meer standaardisatie
Wil je vLamax in jouw testprotocol opnemen? Combineer het met VO₂max en MLSS om een volledig metabool profiel van je atleten te schetsen.
De sportwetenschappen en de trainingsleer zijn doordrongen van een specifiek jargon. Echter, niet elke auteur of bron neemt het nauwgezet met het specifieke begrippenkader uit de sportwetenschappen. Dit zorgt voor onnodige spraakverwarring en onduidelijkheid. Met deze online cursus en e-boek, bied ik een oplossing. Meer info kan u vinden via de onderstaande link.
Referenties
Poffé C, Van Dael K, Van Schuylenbergh R. INSCYD physiological performance software is valid to determine the maximal lactate steady state in male and female cyclists. Front Sports Act Living. 2024 May 7;6:1376876. doi: 10.3389/fspor.2024.1376876.
Quittmann, O.J. Maximal lactate accumulation rate (Lamax): Current evidence and future directions for exercise testing and training. Eur J Appl Physiol (2025). https://doi.org/10.1007/s00421-025-06022-7
Wackerhage H, Gehlert S, Schulz H, Weber S, Ring-Dimitriou S and Heine O
(2022) Lactate Thresholds and the Simulation of Human Energy Metabolism: Contributions by the Cologne Sports Medicine Group in the 1970s and 1980s. Front. Physiol. 13:899670. doi: 10.3389/fphys.2022.899670
Reinout Van Schuylenbergh (PhD) is sportwetenschapper en gecertifieerd level 3 triatlon- en wielercoach. Hij heeft meer dan 30 jaar ervaring als duursporter en duursportcoach op professioneel en Olympisch niveau.
Hij is zaakvoerder van Triathloncoach.be en 3lab.be, gastdocent aan de KU Leuven, docent aan de Vlaamse Trainersschool, facilitator bij World Triathlon en auteur van blogs en sportwetenschappelijke artikels. Hij leeft op het ritme van de muziek en outdoor sporten.





